Socialisme en sociaaldemocratie

Gepubliceerd op 7 mei 2020 om 22:02

Henk Witte                                                                                                 

 

Het socialisme of de sociaaldemocratie is momenteel de grootste politieke stroming ter wereld. Dat betekent overigens niet ook de machtigste stroming. Socialisme en sociaaldemocratie  verschillen in theorie van elkaar, maar in de praktijk nauwelijks.

Het socialisme is voortgekomen uit twee revoluties; de Franse revolutie en de industriële revolutie. Na de Franse revolutie kregen burgerbelangen een centrale plaats in plaats van de Koning of Godsdienstige opvattingen en zo ontstond er ruimte voor politieke stromingen, zoals het liberalisme en later het socialisme. De industriële revolutie vervolgens deed door de toenemende groep van arbeiders de groepsbelangen waarvoor men vertegenwoordiging behoefde ontstaan.

Met de belangen van de arbeiders werd aanvankelijk maatschappelijk en politiek nauwelijks rekening gehouden. Maatschappelijk hadden ze geen positie en hun levensomstandigheden waren vaak uitermate beroerd. Ze hadden ook geen politieke rechten of macht. Het socialisme legde vooral nadruk op de gelijkheid van mensen, de onrechtvaardigheid van grote verschillen in bezit en macht en verwierp de uitbuiting van de arbeidende mens door de kapitaalbezitters. Het wilde de mensen verheffen en betere mensen maken door opvoeding, scholing en cultuur. Het socialisme werd onder meer gevoed door utopische en egalitaire denkers uit Frankrijk en Engeland maar kreeg zijn klassieke theoretische onderbouwing door het werk van Karl Marx in Duitsland. Marx ging er daarbij vanuit dat het socialisme zich via revolutie zou moeten vestigen. In die tijd bestond er nauwelijks verschil tussen communisme en socialisme. Het socialisme maakte echter een principieel andere stap, koos voor de vreedzame weg van verandering en ging aan verkiezingen mee doen. Hoe dan ook; het streven bleef om het kapitalisme uit te bannen.

Geleidelijk aan kwamen de socialisten en sociaaldemocraten in wat meer invloedrijke posities en konden doelen worden bereikt. De arbeiders kregen een menswaardig bestaan. Op het platteland verruilden ze de plaggenhutten voor een behoorlijk onderkomen zoals alle arbeiders geleidelijk aan een leefbaar dak boven hun hoofd kregen. De werkdagen werden aanzienlijk verkort, de kinderarbeid met behulp van de liberalen werd afgeschaft, het onderwijs werd voor iedereen verplicht en toegankelijk, de medische zorg werd enorm verbeterd, het pensioen ontstond, de inspraak via onder meer ondernemingsraden deed zijn intrede, de vakantiedagen ontstonden en er kwam  vakantiegeld. De Nederlanders kregen het steeds beter en dat gold voor nagenoeg alle landen in West-Europa.

Toch hebben socialisme en sociaaldemocratie nog lang niet bereikt wat ze wilden bereiken. Daar is wel een reden voor aan te wijzen. De burgers in de West Europese landen hebben het gemiddeld genomen dusdanig goed gekregen dat ze vooral nu gaan voor bestendiging van de situatie eerder dan dat men nog strijd wil voeren. Men voelt geen enkele schatplichtigheid ten opzichte van het socialisme en wat deze stroming in het verleden voor hen betekend heeft. Het zicht erop is verloren geraakt. Hoe anders is dat in een land als Zweden.  Daar draagt de sociaal-democratische partij vanaf 1932 tot heden, met een paar onderbrekingen van in totaal negen jaren, dus nagenoeg aan één stuk door regeringsverantwoordelijkheid. Een stabiele samenleving met een grote sociale cohesie en, met de andere Scandinavische landen een inspiratiebron voor veel andere naties.

De kiezer in Nederland lijkt zich afgekeerd te hebben van het socialisme en hoewel een partij als de PvdA zich wel weer enigszins zal herpakken, lijkt een goede invloedrijke positie voor het socialisme of zo u wilt de sociaaldemocratie in ons land thans nog heel ver weg. Niet in de laatste plaats ook omdat een partij als de SP, van oorsprong toch vooral een actiebeweging haar draai op het landelijk politieke niveau nooit gevonden heeft en ook niet zal vinden.

Die teloorgang van het socialisme is gelukkig geen wereldwijde tendens. Zoals in het begin opgemerkt is het nog altijd de grootste politiek stroming. Het ontbreekt alleen nog aan macht en dat terwijl er nog zo ontzettend veel werk te verzetten is om onze wereld echt voor iedereen menswaardig te maken. Nog steeds worden de rijken steeds rijker en de armen armer, nog altijd worden er zinloze oorlogen uitgevochten en nog steeds sterven er miljoenen vanwege honger of slechte gezondheidszorg. Nog altijd gaan er onmogelijke bedragen naar bepaalde sporters en bestuurders op deze wereld. Nog altijd moet de één jarenlang op een huis wachten terwijl een ander zijn derde of vierde huis ergens op een mooi eiland laat bouwen en nog altijd wordt er gegoocheld met banen van mensen en het leven van gezinnen.

Het kapitalisme en zijn vrije markt zal al aan die wantoestanden niets veranderen. Daar zijn we intussen echt wel achter en wie dat niet wil zien of begrijpen heeft vermoedelijk een te groot eigen belang.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.