Ressentiment als politieke factor

Gepubliceerd op 11 mei 2020 om 10:12

Henk Witte 

 

                                                                                                                                                                                            Soms heb ik nog wel eens de aangename gedachte dat de PVV ter ziele gaat zodra Geert Wilders van het toneel verdwijnt. De interne knokpartij om de macht die dan ongetwijfeld gaat plaatsvinden en zal leiden tot een scheuring zal de teloorgang inluiden. Hetzelfde weldadige gevoel overkomt me ook bij de gedachte dat Forum voor Democratie kopje onder gaat zodra Baudet van zijn voetstuk valt. Want dat dit een keer gaat gebeuren is voor mij zeker. Baudets kiezers zullen op enig moment kunnen vaststellen dat ijdelheid en zelfingenomenheid niet kan samengaan met dienstbaarheid aan kiezers en samenleving. Baudet zal zichzelf nooit ondergeschikt kunnen maken. Ik vrees echter dat bij die gevoelens naïviteit eveneens mijn deel is. Daarvoor heeft het populisme een te stevige basis gevonden in wat men noemt het ressentiment. Ressentiment is een term die gebruikt wordt in de psychologie en filosofie. In het dagelijkse taalgebruik bedoelt men er haat of wrok mee. In de filosofie werd de term geïntroduceerd door de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche die daar de volgende omschrijving voor gaf:

 

“ressentiment is als een reactieve kracht die niets vanuit zichzelf ontwikkelt. Waar de nobele mens naar het goede streeft stelt de door ressentiment geleide mens zich tegenover het kwade. Hij klampt zich vast aan onwaarschijnlijke waarheden en zelfs aan regelrechte leugens zolang ze maar beantwoorden aan het eigen gevoel. 

Het is de Joods-Duitse filosoof Max Scheler geweest (1874-1928) die ressentiment met de liberale democratie verbond. Formeel geldt dat iedereen in zo’n democratie gelijk is. De praktijk echter geeft met de economische verschillen die in zo’n democratie toenemen een geheel ander beeld. Scheler stelt dat juist die “lippendienst” van theoretische gelijkheid in samenhang met economische ongelijkheid de voedingsbodem is voor ressentiment. Ongelijkheid leidt tot afgunst. Ik meen te mogen aanvullen dat het daarbij niet in de eerste plaats om materiële ongelijkheid gaat, maar vooral om een zekere mate van rechtsongelijkheid en sociaal-maatschappelijke ongelijkheid. Het gaat niet om de mooie auto zogezegd, maar om de “ingangen” in de samenleving.

Gevoelens van schaamte over het eigen falen of jaloezie op mensen die het beter hebben zijn persoonlijk. Populisten hebben handig gebruik gemaakt van ressentiment als individuele emotie in de vaststelling dat die individuele emotie heeft geleid tot een collectief “wij”. Ze hebben het wrokgevoel aangejaagd, vooral jegens de elite en de vluchtelingen en op die manier het ressentiment gemaakt tot een bondgenootschap en een politieke factor. 

 


Reactie plaatsen

Reacties

Han
7 maanden geleden

Helemaal waar Henk. Maar het is voor mij een wat theoretisch stuk. Kan het iets actueler? Vandaag nieuws, Morgen jouw commentaar.