De burger snapt te weinig van politiek

Gepubliceerd op 2 augustus 2020 om 13:23

Henk Witte

 

Het probleem van de geloofwaardigheid van de politiek zit voor een belangrijk deel bij - de onbenulligheid en onredelijkheid van - de kiezer.

Een raadgevend referendum, waarbij de kiezer verwacht dat de uitslag bindend is, de veronderstelling dat de grootste partij per definitie deelneemt aan de regering en doelstellingen van politieke partijen die als keiharde toezeggingen worden uitgelegd, noodzakelijke compromissen gemakshalve vergetend. Het probleem van de geloofwaardigheid van de politiek zit voor een belangrijk deel bij – de onbenulligheid en onredelijkheid van – de kiezer.

Het referendum rond het associatieverdrag met Oekraïne destijds was een aanfluiting. Complexiteit en reikwijdte van het vraagstuk stonden in geen enkele verhouding tot het gemak waarmee het verdrag door de kiezer is weggestemd. Neem daarbij de betrekkelijk lage opkomst en de minimale verhouding en het woord aanfluiting is nog een milde kwalificatie.

Hoe komen politici toch zo achterlijk om bij dergelijke zwaarwegende vraagstukken, de Brexit is daar ook al zo’n voorbeeld van, het beleid te baseren op een vijftig procent grens en daarbij irrationele en zelfs valse overwegingen de kans te  geven doorslaggevend te zijn? De 7,5 % die volgens een recent onderzoek tegen het associatieverdrag stemde louter om de EU dwars te zitten, lijkt nota bene bepalend te zijn geweest. Waar is de staatsman die dit durft te onderkennen en zo’n referendumvod met ferme doortastendheid in de prullenbak sodemietert?

Een ander voorbeeld waarbij de kiezer zelf de geloofwaardigheid van de politiek aantast, is de veronderstelling dat de grootste partij per definitie de premier levert en in ieder geval deel uit maakt van de regering. Dit mag gebruikelijk zijn, maar het is geen wet van Meden en Perzen. De formatie van 1977 is een goed voorbeeld van hoe de grootste partij toch buitenspel kan komen te staan. Kiezers die op voorhand vinden dat, indien bijvoorbeeld de PVV de grootste wordt, deze partij ook werkelijk in de regering moet komen en zelfs de premier moet leveren, houden zichzelf voor de gek en bewerkstelligen daarmee zelf de zogenaamde ongeloofwaardigheid van de politiek.

Een ander steeds weer terugkerend fenomeen, waardoor de politiek als ongeloofwaardig wordt beschouwd is de hardnekkigheid van de kiezer om punten uit het verkiezingsprogramma van een partij uit te leggen als harde toezeggingen. Iedere weldenkend mens realiseert zich het verschil tussen wat men zegt te willen bereiken en praktijk. Elke serieuze kiezer snapt dat in coalitie- en compromisland Nederland beloftes niet aan de orde zijn. Toch houden we het stug vol steeds weer partijen af te rekenen op basis van door ons zelf gecreëerde verwachtingen.

De uitdrukkelijke roep van de kiezer naar de politiek om meer naar het volk te luisteren, geloofwaardiger te worden en de kiezer serieuzer te nemen, kan net zo eenvoudig gepareerd worden met de bemerking dat die kiezer zelf maar eens wat volwassener met die politiek om moet gaan.

 

 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.