Tien verloren jaren, Mark

Gepubliceerd op 14 augustus 2020 om 11:20

 Henk Witte

10 jaar Mark Rutte.

Zo langzamerhand maken we de balans op van tien jaar Mark Rutte aan het roer van Nederlandse regeringen. Die balans kan niet positief uitslaan. De wijze waarop Rutte het afgelopen decennium de kar van de Nederlandse staat heeft getrokken geeft, alles overziend, nou niet bepaald aanleiding voor een goed rapportcijfer.

Mismanagement                                                                                                                                                                                                                          Deze Minister-President kan niet terug kijken op een periode van groot staatsmanschap. Een predicaat dat hij zelf al meteen in de prullenbak heeft gesodemieterd door met de P.V.V. in zee te gaan. In de praktijk bleken er wel heel grote gaten te vallen tussen de standpunten van de regeringspartijen en de PVV over onderwerpen als de sociale zekerheid en de buitenlandse politiek. In kwesties als de eurocrisis en het pensioenakkoord stond de P.V.V. lijnrecht tegenover het kabinetsbeleid.  Rutte kende de standpunten van de PVV en had dus de ontwikkelingen die zouden volgen moeten en kunnen voorzien. Toch stortte hij ons land in dit bij voorbaat dramatisch avontuur.

Het werd een regelrechte afgang, waardoor niet alleen het gebrek aan enige visie pijnlijk werd, maar ook het tekort aan een behoorlijk inschattingsvermogen.  De tot mislukken gedoemde samenwerking was het eerste teken van mismanagement bij Rutte. Er zouden er meerdere, steeds grotere volgen.

Zoals in die eerste regeerperiode met de verhoging van de BTW op podiumkunsten. De SER kwam met een vernietigend rapport over dat voornemen.  Het was strijdig met zowel het neutraliteitsbeginsel, alsook met het rechtszekerheidsbeginsel. De verant-woordelijke bewindslieden, door ‘manager’ Rutte gepositioneerd, hadden slecht huiswerk gedaan.

Niet lang daarna kwam het Kabinet met het voornemen te gaan korten op de AOW-toeslag voor 65-plussers. Nagenoeg de gehele Tweede en Eerste Kamer, waaronder de regeringspartijen VVD en CDA waren tegen dit voorstel. Rutte had alweer een verkeerde inschattingsfout gemaakt.

                                                                                                                                  

RUTTE II.

De ontslaggolf                                                                                                                                                                                                                                  Het volgende Kabinet onder leiding van Mark Rutte mag dan de gehele regeerperiode hebben volgemaakt, de incidenten volgden elkaar in rap tempo op. Amper een half jaar na het aantreden kwam alweer een behoorlijke beoordelingsfout van Rutte bloot te liggen. Op 6 december 2012 diende staatssecretaris Economische zaken Co Verdaas (PvdA) zijn ontslag in vanwege een affaire in zijn vorige functie als gedeputeerde van de provincie Gelderland. De gehele oppositie verweet premier en manager Rutte een onzorgvuldige selectieprocedure. Er zou nog een hele ontslaggolf volgen.

Het was de eerder in zwakke positie gekomen Frans Weekers, partijvriend van Rutte, die begin 2014 het veld moest ruimen. Zijn beleid op het gebied van de belastingen was een regelrechte mislukking. Een jaar later was het de beurt aan Ivo Opstelten, Minister van Veiligheid en Justitie. Ook Opstelten was op basis van vriendjespolitiek op een voor hem ongeschikte plek gekomen. De zogenoemde bonnetjesaffaire werd hem fataal en in zijn kielzog volgde zijn Staatssecretaris op het Ministerie Fred Teeven. Dat waren er al vier die de staart tussen de benen hadden.

De Fyra, het mislukte Italiaanse treintje, werd de strop om de nek van Staatsecretaris Wilma Mansveld en vier werd vijf. Nummer zes diende zich aan in januari 2017 in de persoon van Ard van der Steur, de opvolger van Opstelten op het Ministerie van Veiligheid en justitie. Van der Steur worstelde met de erfenis van Opstelten en Teeven en wist de Kamer enkele keren te misleiden. Een doodzonde die dan ook leidde tot zijn aftreden.  De zeven magere bewindspersonen werden gecompleteerd door Jeanine Hennis-Plasschaert, de Minister van Defensie voor wie de betreurenswaardige gebeurtenis in Mali de valkuil werd. Op Verdaas en Mansveld na allemaal VVD-ers en allemaal passend onder de noemer ‘vriendendiensten’. Nooit eerder moesten tijdens een Kabinetsperiode zoveel Ministers en Staatssecretarissen vertrekken. Niet echt sterk van het management Rutte.

Falende manager                                                                                                                                                                                                                        De personele problemen in zijn tweede Kabinet waren voor Rutte niet het enige waar hij zich doorheen moest worstelen. Op 9 november 2012 kwam het kabinet bijeen voor een crisisberaad vanwege de in de samenleving ontstane onrust over de koopkrachtontwikkeling. Het regeerakkoord moest worden opengebroken en de plannen moesten worden aangepast. Amper dus een half jaar na het aantreden van zijn tweede Kabinet kwam al weer zo’n enorme inschattingsfout van Rutte aan het licht. Een gevolg van te weinig voeling met de samenleving en de opvattingen in de Kamer. De manager had wederom gefaald.

Het Kabinet Rutte II moest wel vaker op haar schreden terugkeren. Zoals met het voorstel tijdens Rutte I om een eigen bijdrage voor GGZ-hulp te gaan verlangen. Als gevolg daarvan gingen velen de zorg mijden. Het bezuinigingsvoorstel werd onder druk door Rutte II ingetrokken, hetgeen ook het geval was met de voorgestelde bezuiniging bij de AIVD. Ook het wetsvoorstel tot beperking van de vrije artsenkeuze sneuvelde, dit keer in de Senaat.

Broddelwerk                                                                                                                                                                                                                               Het regeerakkoord van Rutte II moest daarnaast nog eens op ten minste acht punten worden bijgesteld, omdat de voornemens te veel tegenstand of nadelen opriepen. De nominale premie voor de ziektekosten zou niet verder omlaag gaan, de zorgtoeslag zou, ondanks het voornemen hier aan te tornen, in stand blijven, er kwam, in tegenstelling tot eerdere voornemens, toch geen inkomensafhankelijke ziektekostenpremie, het inkomensafhankelijke eigen risico in de zorg zou ondanks eerdere voornemens dat niet te doen, daarentegen wel doorgaan. Herzien werd de algemene heffingskorting over het (voor aftrekposten gecorrigeerde) inkomen in de tweede en derde schijf. De belastingtarieven zouden niet verlaagd worden, zoals eerder het voornemen was. Voeg daar de missers met het pgb-drama, de aanhoudende schade die de decentralisatie van de zorg en de bezuinigingen op de ouderenzorg, de niet-opgeloste pensioenvervaging en de rechteloosheid van het flexlegioen aan toe en het werk van de ploeg Rutte II begint wel erg op broddelwerk te lijken. Premier Rutte bood een enkele keer excuses aan voor de rommelige gang van zaken op een specifiek beleidsterrein, maar daar was wel vaker aanleiding toe.

Als regelrecht wanbeleid mogen uit Rutte II nog gememoreerd worden de kaalslag bij defensie en de uitstoot in de zorg. Liefst 77.000 medewerkers in de zorg werden tijdens Rutte II de bijstand of WW in gebonjourd. Voorts bleef het onderwijs een pijndossier om over de woningnood, mede veroorzaakt doordat - binnen het door Rutte en zijn VVD zo verheerlijkte vrije markt mechanisme - steeds meer huizen door huisjesmelkers worden opgekocht, waardoor de huren en koopprijzen enorm worden opgedreven – maar niet te spreken.

Niet waargemaakt                                                                                                                                                                                                                   Tenslotte zijn er dan nog de niet gehaalde doelen van dit Kabinet. In het regeerakkoord van het kabinet Rutte II van eind oktober 2012 stond de doelstelling dat burgers en ondernemers al hun zaken met de overheid in 2017 digitaal zouden kunnen regelen. Dat doel is niet gehaald. Hetzelfde geldt voor de voorgenomen digitalisering bij de rechtsspraak. Een andere doelstelling was om de kloof tussen hoog- en laag opgeleiden te overbruggen, maar ook dit voornemen struikelde. De werkgelegenheid onder hoog opgeleiden bleef stabiel, maar zakte onder laag opgeleiden halverwege de regeerperiode van 9 naar 14%

Ook wilde men de kloof tussen ouderen en jongeren dichten, maar ook hier bleef het bij een lippendienst. Bij de jongeren daalden het aantal vaste banen met 12 procent, bij de ouderen met vier procent. Zwak verweer van Rutte in een interview: “We kunnen als politiek niet alles voor elkaar krijgen, de samenleving zelf zal ook wat moeten doen”. Waar haalt hij het lef vandaan om de verantwoordelijkheid voor zijn beleid bij de samenleving neer te leggen.

Ik zal maar niet verder zeuren en laat hier het enorme getob rond het aardgasprobleem in Groningen maar voor wat het was, evenals het kwakkelende asielbeleid, het gemarchandeer met het kinderpardon en het getob met het leenstelsel.

RUTTE III.

Puberaal gedrag                                                                                                                                                                                                                      Ook het derde Kabinet Rutte zou een paar omvallende Ministers kennen. De letterlijk omgevallen Bruno Bruins even buiten beschouwing latend, mochten naast D’66-er Menno Snels toch ook weer twee kompanen van Rutte het veld ruimen. Vooral de complete afgang van jokkebrok Halbe Zijlstra was pijnlijk voor de Minister-President. Ik kan me niet voorstellen dat gedrag en karakter dat hoort bij de kinderlijke leugen van Zijlstra zich al niet veel eerder op één of andere manier bij intimi – waaronder Rutte – heeft geopenbaard. Was ook hier weer sprake van een beoordelingsfout van de voormalige personeelschef of was wellicht de interne behoefte bij de VVD om de eerdere verdienste van Zijlstra voor de partij met een Ministerspost te belonen groter dan de in te schatten kans op het puberale gedrag dat hem fataal werd?

Geloofwaardigheid                                                                                                                                                                                                                 De politieke kwestie met de meeste impact op het blazoen van Mark Rutte is zonder twijfel de afschaffing van de dividend belasting geweest. Althans het voornemen daartoe. Een zich lang voortslepende politieke strijd waarin Rutte zijn uiterste best deed om de schijn van vriendendienst aan het groot kapitaal van zich af te houden. Hij presteerde het zelfs om te weigeren beleidsstukken hierover openbaar te maken. Kennelijk kon alleen via het achterhouden van informatie het kiezersvolk overtuigd (lees:misleid) worden. Rutte moest uiteindelijk toch zwichten voor zijn eigen ongeloofwaardigheid.

Die geloofwaardigheid was overigens bij Rutte III al vrijwel meteen in het geding. Bij de presentatie van de Miljoenennota voor 2017, voorgelegd in september 2016, beloofde het Kabinet een sterke verbetering van de koopkracht voor alle burgers, uitgezonderd gepensioneerden met een aanvullend pensioen. Uiteindelijk bleek ruim driekwart van de huishoudens er juist op achteruit te zijn gegaan. Minister Koolmees van Sociale Zaken had verzuimd een aantal effecten mee te rekenen.

Onmacht                                                                                                                                                                                                                                  Nog eerder lag daar vanzelfsprekend het regeerakkoord, het derde voor Rutte. Een ambitieus akkoord waarin grote kwesties aangepakt zouden worden, zoals de arbeidsmarkt, de pensioenen, het klimaat, de zorg. Dat pensioenakkoord kwam er, tot opluchting en tevredenheid van alle betrokkenen. Dit succes en de vastberadenheid waarmee Rutte III ogenschijnlijk aan de slag was leidde tot groot optimisme. Tot onverwachte tegenslagen en onvermogen de coalitie op de rug legden. Ineens geen geluiden meer over de zorg, de woningnood, de arbeidsmarkt en diverse andere grote maatschappelijke problemen. Die onmacht van de ploeg Ministers en Staatssecretarissen leidde er toe dat men commissies aan het werk moest zetten om de boel weer een beetje vlot te trekken, zoals bij de stikstofproblematiek. Er was ineens bij Rutte III geen sprake meer van beleid. Plots deed het Kabinet niet veel meer dan op de winkel passen en hier en daar wat aan symptoombestrijding en symboolpolitiek.

Tien verloren jaren                                                                                                                                                                                                                 Alles overziend is de Nederlandse samenleving met tien jaar Rutte niet zo heel veel opgeschoten. De armoede is niet teruggebracht, de verschillen tussen arm en rijk zijn groter geworden, de afstand naar de arbeidsmarkt is voor velen nog net zo groot als voorheen, de huur- en huizenprijzen zijn de pan uit gerezen waardoor voor velen behoorlijk wonen onbereikbaar is geworden, de zorg en het onderwijs zijn nog altijd hoofdpijndossiers, zoals dat ook voor de klimaatdoelstellingen geldt. Feitelijk is van de grote vraagstukken na tien jaar Rutte alleen het pensioenakkoord succesvol en er is misschien, voorzichtig gezegd, een mentaliteitsverandering ten aanzien van bonussen e.d. op gang gebracht. De rest staat nog net zo overeind als tien jaar geleden. Het waren tien verloren jaren, Mark.  

 

 

 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.