Doorgeslagen vrijheid van meningsuiting

Gepubliceerd op 18 november 2020 om 11:31

Henk Witte                                                                                                                                                             De vraag die zo langzamerhand wel eens gesteld mag worden is of wij de vrijheid van meningsuiting dienen met de wijze waarop we er mee omgaan.

Staat de Westerse beschaving op het spel? De wijze waarop mensen als Trump omgaan met fatsoen en redelijkheid draagt in ieder geval niet bij aan onze beschaving bij. Dat geldt evenmin voor landen als Hongarije, Italië en Tsjechië waar achtereenvolgens, vluchtelingen worden uitgehongerd, mishandeld en negentig dagen in mensonwaardige omstandigheden worden opgesloten. Of zelfs voor Nederland waar we kinderen maken tot speelbal van beleid en de geest van de wet volkomen uit het oog dreigen te verliezen.

Er zijn politici die ons willen waarschuwen voor het zogenaamde gebrek aan beschaving in de islamitische wereld en dat daardoor onze beschaving wel eens in het gedrang zou kunnen komen. Zij en vele anderen hebben kennelijk niet in de gaten dat we zelf van binnenuit bezig zijn om onze beschaving af te breken. Die afbreuk van onze beschaafdheid, die glijdende schaal, wordt mede veroorzaakt door de manier waarop wij de sociale media gebruiken om onze opvattingen over van alles en nog wat te ventileren; als een gierput.

De Verlichting is vooralsnog, even los van de vele wetenschappelijke en technische ontwikkelingen, de laatste belangrijke maatschappelijke ontwikkeling in de geschiedenis van het Westen geweest. Een ontwikkeling die tot een doorbraak naar een nieuwe tijd leidde  en die het cultureel en sociaal-maatschappelijke leven zoals we dat nu kennen vorm heeft gegeven. Vooral het feit dat de Verlichting de tot dan vanzelfsprekende en opgelegde onmondigheid van de burger ter discussie stelde en geleidelijk aan het gedachtengoed van onder anderen Immanuel Kant hierover ingang ging vinden,  is van enorme invloed geweest en nog op wat uiteindelijk kon uitgroeien tot wat we nu kennen en koesteren als de vrijheid van meningsuiting.

Die vrijheid van meningsuiting was en is een belangrijke voorwaarde om de burger volwaardig deel te kunnen laten nemen aan het publieke debat. Zonder vrijheid van meningsuiting is het aan de kaak stellen van beleid en het openbaar bestuur onmogelijk. Zonder vrijheid van meningsuiting geen mogelijkheid voor de burger om mede invloed uit te oefenen op beslissingen die hem direct aangaan. De vraag die echter zo langzamerhand wel eens gesteld mag worden is of wij die vrijheid van meningsuiting wel dienen met de wijze waarop we heden ten dage met die vrijheid om gaan.

In volle gelijkwaardigheid aan het publieke debat deel kunnen nemen is voor de burger een groot goed waaraan absoluut niet getornd mag worden. Geen democraat die daar anders over zal denken. Het is van groot belang dat we ons in onze democratie betrokken voelen en tonen bij allerhande ontwikkelingen in onze samenleving. Ze bepalen immers mede de kwaliteit van ons bestaan. Inspraak, medezeggenschap en het kunnen mee beslissen is inherent aan een gezonde democratie.

Bij onze vrijheid van meningsuiting zijn we echter één ding uit het oog verloren, een aspect dat we op tal van andere gebieden wel respecteren, n.l. dat de vrijheid van de een kan leiden tot onvrijheid van de ander. Voor geluidsoverlast, zoals muziek bij de buren, hebben we vanwege de fysieke maar zeker ook de psychische overlast met elkaar regels (aantal decibellen) afgesproken. Het rookverbod beperkt dan weliswaar de vrijheid van de roker in openbare ruimtes, maar ze beschermt de niet-roker tegen fysieke en ook psychische overlast. Zo zijn er tal van voorbeelden waarbij we tot een voor de verschillende partijen leefbare oplossing trachten te komen.

Een zelfde principe zou ten aanzien van de vrijheid van meningsuiting moeten gelden. De manier waarop we daar nu mee omgaan kan evenzeer een aantasting zijn van de (bewegings-) vrijheid van anderen. Het constant afzetten tegen bevolkingsgroepen bijvoorbeeld schept een klimaat van angst en bedreiging. Het maken van een cartoon over een voor anderen zo wezenlijk belangrijk iemand als een profeet dient weinig anders dan het eigen (politieke) belang, maar tast de vrijheid van de geloofsbeleving van de ander aan en toont overigens weinig respect voor de medemens in zijn geloof. Een beschaving houdt rekening met de gevoelens van de ander.

We zijn dus, de oorspronkelijk bedoeling overziend, behoorlijk doorgeslagen. We beperken ons al lang niet meer sec tot het politieke en maatschappelijke debat, een debat dat overigens op basis van argumenten gevoerd zou moeten worden. Te zeer is de opvatting ingeslopen dat het recht op vrijheid van meningsuiting ons de ruimte geeft om elkaar niet zelden onheus te bejegenen, uit te schelden, voor vies en vuil uit te maken en te beledigen. In die zin keert de vrijheid van meningsuiting zich tegen ons. De weinig verheffende wijze waarop wij elkaar tegenwoordig bejegenen doet nadrukkelijk afbreuk aan beginselen van fatsoen en daarmee afbreuk aan onze beschaving. Het heeft weinig zin om op onze hoede te zijn voor invloeden van buiten (of van binnen) die onze beschaving geweld aan willen doen, als we vervolgens zelf onze beschaving, ons beschaafd zijn afbreken.

 


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.