We lijken op een omslagpunt te staan en het neoliberalisme achter ons te gaan laten. De marktwerking ontmoet, met name in de zorg, een steeds kritischer houding en eindelijk lijkt men breed te gaan inzien dat handel en speculatie met woonruimte binnen een veel te krappe woonmarkt uit den boze is. Meer en meer ook wordt onderkend dat flexbanen tot een onzeker bestaan leiden en steeds breder ook is de zorg over de toenemende ongelijkheid door verrijking enerzijds en verdergaande armoede anderzijds.

Ik zeg dit heel voorzichtig en doe dat mede op basis van de verschuiving die er bij rechts plaats lijkt te vinden. Heel voorzichtig, ook omdat altijd nog moet worden afgewacht of hier ook na de verkiezingen daadwerkelijk invulling aan wordt gegeven. Het kan namelijk ook zo maar zijn dat de strategen op rechts deze verschuiving slechts in theorie voorstaan om links de wind uit de zeilen te nemen.

Niet dat dat nou zo zeer nodig was. Links lijkt maar weinig gebruik te (kunnen) maken van gemakkelijk aantoonbare foute beleidskeuzes in de afgelopen tien jaar Rutte. Maar mocht de progressieve oppositie toch wijzen op de ellende op de woningmarkt, de uitzichtloosheid van flexbanen, de mislukte decentralisatie en participatie-samenleving en het marktdenken, dan zal er achter de feiten aangelopen worden, eenvoudig omdat rechts met zijn – loze – beloftes de kiezer weer voor een poosje op het verkeerde been zet of op zijn minst via het voordeel van de twijfel haar positie zal weten te bestendigen.

Henk Witte