Nederland barst uit zijn voegen en het enige dat de planologen kunnen bedenken is op dezelfde verstikkende voet verder gaan.

 De blik van de ruimtewoekeraars blijkt nogal beperkt. Beperkt en kortzichtig. Nederland is barstens vol en de schaarse ruimte zal zinvol verdeeld moeten worden tussen voor de mens belangrijke leefruimtes als wonen, werken, winkelen, uitgaan, sporten, recreëren en mobiliteit. Die ruimte is er niet. Woningbouw, hoe noodzakelijk ook, zal ten koste gaan van andere ruimte waar grote behoeftes aan is en ik noem met name ruimtes waar de mens in zijn jachtig bestaan tot rust en ontspanning kan komen.

Met name dit laatste is in ons land al volop in het gedrang. We kennen geen gebieden waar we in alle rust uren kunnen wandelen of fietsen. Wandelgebieden in bossen zijn op zondag als boulevards en op fietspaden gaat het ontspannend beleven van de natuur volledig verloren door de constante aandacht voor tegenliggers en langsrazende crossers, e-bikers, en andere wielerfanaten. Campings in het eigen land zijn overvol en verplichten ons naar elders te trekken, in de bossen en op de heide verdrijven we de natuurlijke bewoners en doen we onherstelbare schade aan de natuur, ongewild, maar niettemin.

 Ondanks het feit dat de boel volledig aan het vastlopen is menen planologen de oplossing binnen onze krappe landsgrenzen te moeten zoeken en zijn zij blind voor de enorme ruimte die Europa als geheel nog te bieden heeft. Het lijkt er op dat de planmakers een verlengstuk zijn van projectontwikkelaars die geld zien in het oprichten van een geheel nieuwe stad, Markerdam of Polderwaard, of het ten gunste van de boeren aanleggen van kostbare eilanden voor onze kust en het almaar verder asfalteren van even kostbare grond. Sommige steden in ons land zijn op hoogtijdagen ondoordringbare jungles van lichamen, de eigenheid van sommige plaatsen, denk aan Giethoorn, en gebieden heeft meer te duchten van de toeristenstroom dan van de door sommigen in de verdomhoek geplaatste vluchtelingen en asielzoekers.

 Een veel duurzamer oplossing voor een vollopende regio binnen Europa ligt voor de hand; verplaatsing naar de ruimte die binnen de Unie meer dan genoeg aanwezig is. Er zijn boeren in Nederland die dat begrepen hebben en die al zijn verkast naar ruimte biedende landen als Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Litouwen, en, hoe bekritiseerd ook door de kortzichtige mensen onder ons, ook de verplaatsingen van industrieën naar een land als Polen, aanvankelijk ingegeven door lagere lonen, zijn een stap naar die gewenste spreiding. Niet alleen kan het ons land meer lucht geven, het draagt ontegenzeggelijk ook bij aan economische impulsen voor achterlopende regio’s binnen de Unie. Het mes snijdt dus aan twee kanten.

 Naast dit alles bestaat er kennelijk ook nog eens onvoldoende besef van het feit dat Nederland in de nabije toekomst enorme investeringen zal moeten doen om het stijgende water uit de straten te houden alsmede voor de energietransitie die ons te wachten staat. Krachtsinspanningen die het uiterste van ons gaan eisen en die geen ruimte laten voor dagdromende en op winst jagende planologen/ontwikkelaars die de kop vergenoegd en handenwringend in het zand steken.

Henk Witte